woensdag 19 december 2012

Eland, Koning van het bos - Tweeluik van Yvette Lardinois



Yvette Lardinois  Eland, Koning van het bos 
Niet altijd winter, niet altijd zomer? In Middelburg is deze winter een eland waargenomen in de Nieuwstraat achter het dubbele glas van het vensterraam van huize Niet altyd somer. Wanneer deze eland, een kunstwerk van Yvette Lardinois, naar buiten kijkt valt zijn oog op een pand aan de overkant, genaamd Niet altyd winter. Een mooie locatie voor deze Koning van het bos om, zo aan het einde van het jaar, te mijmeren over wat passanten zoal bezighoudt. Over de mooie dingen die voorbijgaan, over de heldere voornemens die worden geboren of dat het in het leven kan vriezen en kan dooien. Dat ieder mens & dier gaat en is en verder gaat, vaak zomaar ergens bij toeval terecht komt. Of mijmeren over de sfeer in de stad waar ijsbaan & lichtjes, zilversparren & fijnsparren, Nordmann-sparren & dennenbomen bijdragen aan winterse taferelen.
De eland is onderdeel van een tweeluik dat tot half januari 2013 het straatbeeld verfraait. De bewoner van Nieuwstraat 25, internationaal vermaard keramist Leen Quist, biedt de eland enkele maanden onderdak. Ook bij mij kan Yvette Lardinois wel een potje breken, de tweede eland is aangeland bij huize Het Anker, Wagenaarstraat 24. Het kunstwerk hangt hier perfect, met de afmeting van twee meter hoog en 90 centimeter breed past het prachtig in de raamsponning. Het kunstwerk is een gevelgedicht zonder woorden, een krachtig poëtisch beeld waar veel wandelaars even bij stilstaan.

Yvette Lardinois Eland, Koning van het bos  Nieuwstraat

Yvette Lardinois (1960) maakt beelden, schalen, wandobjecten in klei. Daarnaast tekent zij en maakt ze collages. Haar werk is kleurrijk en monumentaal.
Tekening Yvette Lardinois
Mijn Eland, Koning van het bos is daarentegen wit en monumentaal. Yvette laat zich inspireren door ervaringen en herinneringen. Haar kunstwerken dragen titels als Zeeland, Vreugdetranen, Noorwegen en Elanden. Zelf verblijft ze regelmatig in Scandinavië. Haar Noorse vriend, beeldend kunstenaar Frank Åsnes, deelt haar passie voor keramiek, draait haar schalen en met hem gaat ze nieuwe samenwerkingsprojecten aan. Noorse invloeden zijn zichtbaar in haar werk. Tijdens haar reizen kwam zij in het verlaten landschap steeds het verkeersbord met de waarschuwing voor overstekende elanden tegen maar ze zag het dier nooit. Deze onzichtbare eland intrigeerde haar door de sprookjesachtige en mythische status die het heeft verworven. Ook zijn profiel en formaat spraken zo tot haar verbeelding dat de eland het uitgangspunt werd voor nieuw werk. De eland is traag, gestaag en elegant. Het dier werd een metafoor voor haar gevoelens: van het langzame verwerkingsproces (in 2005 overleed haar levenspartner Jan Goossen) naar de herinneringen van nu. Het dier staat symbool voor geleidelijkheid en neemt het leven zoals het zich aandient. Het werd in haar werk een icoon dat tevens het verlangen naar schoonheid en rust symboliseert. Het ene beeld roept het andere op en in Yvette’s werk leiden de persoonlijke beelden uiteindelijk naar een meer universele beeldtaal.
 Yvette Lardinois Schaal

Beide Koningen van het bos zijn weergegeven op dik tekenpapier, op de rol gekocht. Dit 90 centimeter brede papier werd op een lange werktafel uitgerold op een stevige plaat karton. Nadat eerst met potlood de omtrek van de eland was getekend werden binnen deze contour de gaatjes in het materiaal op gevoel, één voor één, aangebracht met verschillende stansbeiteltjes. Op dezelfde wijze werden tientallen cirkels boven en onder de eland vormgegeven. Het hameren op de beiteltjes was een luidruchtig proces, vertelde Yvette mij. Het resultaat is een verstild beeld: sneeuwvlokken, ijskristallen. De eland wandelt door een sprookjesachtig winterlandschap.

Eerder al, in 2011, was een met rode lampjes verlichte eland te zien in presentatieruimte CAESUUR. In the dark room van Full House, een ontwerp van architect Johan de Koning. Dit ontwerp was een zoektocht naar de intieme betekenis van wonen in een huis. Over de tentoonstelling van Yvette schreef ik eerder een blogtekst, zie: Yvette Lardinois: over Full House & thuis, een eland & Zeeland. De serie Eland, koning van het bos zou mooi in grote panden voor de ramen kunnen hangen, waren toen mijn woorden. Op dat moment kon ik niet vermoeden dat ik in zo’n pandje zou belanden.
Nu, eind 2012, zit ik aan de keukentafel, in mijn dark room, te genieten van het beestje voor het raam dat, afhankelijk van het moment van de dag en het weer, steeds weer anders belicht wordt. Het beeld doet mij denken aan de tentoonstelling Nordic Art 1880-1920 die tot en met 5 mei in het Groninger Museum is te zien. Met hun werken vangen ook deze kunstenaars de poëtische schoonheid, de kern en de ziel van het mystieke noorden.

Tegelijkertijd is het tweeluik ook kunst waar je met humor naar kunt kijken. We vragen ons af welk geluid een eland in de bronsttijd nou eigenlijk maakt en…  is het nu een eland of een rendier?
Eland en rendier zijn aan elkaar verwant, veel kenmerken zijn identiek. In Winterdieren, het dit jaar met een Gouden Griffel bekroonde boek van Bibi Dumon Tak (Querido, 2011) is een hoofdstuk aan het rendier gewijd.

Ik citeer: Zoveel vernuft in één dier: daar kan zelfs Ikea, dat meubelpaleis uit Zweden, nog wat van leren. Dit harige bouwpakket uit het hoge noorden laat alle ontwerpers ver achter zich. VER!
Het rendier zwerft over de taiga’s en toendra’s, waar de winters echte winters zijn. Geen gekwakkel van natte sneeuw en half bevroren meren, maar kou waar je wangen van bevriezen. Daarom zit het rendier technisch gezien knap in elkaar. Zonder kiertjes en gaten waar de ijzige tocht doorheen kan jagen. En met gereedschap waar een timmerman jaloers op zou zijn.
Om te beginnen zijn de hoeven van het rendier in de winter messcherp geslepen en spreiden ze zich bij iedere stap wijd uit in de sneeuw. Zo glijden ze niet uit en zakken ze niet weg. Ze kunnen er bovendien goed mee schrapen, handig, want hun eten ligt meestal verstopt onder een dikke laag sneeuw. Goeie schoenen is het halve werk. En dan de rest. Vlak boven die hoeven begint hun weldoordachte vacht. Een vacht die geen plekje onbedekt laat. Zelfs de lippen van het rendier zijn behaard. Die vacht is natuurlijk niet zomaar een vacht. Aan een simpele deken heb je niks als er een sneeuwstorm over de vlakte raast. Daarom heeft het rendier een dubbele laag aangetrokken. De onderlaag is gemaakt van warme wol en daaroverheen draagt hij een overjas van holle haren. In die holle haren zit lucht die ervoor zorgt dat de warmte het lichaam niet kan verlaten. Het werkt als dubbel glas: de kou blijft buiten, de warmte blijft binnen.
Met de Eland, koning van het bos blijft ook voor ons de kou buiten en de warmte binnen. Rust & schoonheid & lichtpuntjes, het is mooi zo!
Yvette is al weer volop bezig met volgende tentoonstellingen in Nederland en Noorwegen. In het Historisch Museum de Bevelanden in Goes exposeert zij van 6 januari t/m 1 maart 2013 nieuw keramisch werk. In Noorwegen volgt vanaf eind januari een expositie in Sandes, een grote stad nabij Stavanger.
Van vreugdetranen naar cirkeltjes met licht & lucht. Een Zeeuwse in Noorwegen, elanden in Zeeland. Hier dooit het en daar vriest het. Kunst die kleurrijk is maar ook verstild kan zijn. Voor Yvette is het, lijkt het wel, altijd winter en altijd zomer.

Yvette Lardinois  Eland, koning van het bos   Wagenaarstraat

Foto's in eigen beheer.

zaterdag 15 december 2012

Veere en Zeeland en Nederland, geschilderd door Charlotte Dematons


Charlotte Dematons, het stadje Veere, maar dan anders....
Hart voor Veere en oog voor de geschiedenis en schoonheid van dit stadje hebben de Schilders van Veere maar ook de in Frankrijk geboren illustratrice Charlotte Dematons. Op een prachtig geschilderde afbeelding van Zeeland zien we dat zij Zeeland vereenvoudigt tot twee kernbegrippen. Zeeland is voor haar vooral zee, heel veel zee, aan land komt alleen Veere in beeld. Het stadje Veere waar Reynaert de Vos het stadhuis bezoekt, waar de kleine kapitein met zijn Nooitlek in de haven is afgemeerd, waar Zwarte Piet misschien de boot heeft gemist en waar bij de Schotse Huizen de wolhandel nog altijd floreert.
Nederland, uitgeverij Lemniscaat, 2012
De afbeelding van Zeeland staat in het kijkboek Nederland (Lemniscaat, 2012), het meest bijzondere prentenboek van de Nederlandse geschiedenis. In dit boek neemt Charlotte Dematons ons mee op een vlucht over Nederland. Ze laat daarbij niet alleen landschappen zien maar neemt ons ook mee naar feesten, laat ons kennismaken met wereldberoemde schilderijen en vertelt over de historie van ons land. In 27 twee-pagina vullende prenten zonder tekst introduceert zij ook nog eens de volledige officiële canon van Nederland. Als je goed kijkt zie je bekende kinderboekfiguren voorbij komen en vind je op iedere afbeelding een verwijzing naar een Nederlands liedje. Een vergrootglas is wel handig, om niet te zeggen onontbeerlijk wanneer je de platen nader gaat bekijken. En geloof me maar, ook volwassenen zullen het kinderlijk genoegen van 'het ontdekken' met een vergrootglas weer ervaren.

De informatie over Nederland is met een flinterdun penseel en acrylverf tot in de kleinste details weergegeven. Om kleurvariatie in het boek te krijgen heeft zij niet alleen de twaalf maanden als leidraad gebruikt maar ook de verschillende fasen van de dag. Charlotte Dematons (1957) is een bekroond illustrator: voor de prachtige uitgave van De sprookjes van Grimm ontving zij de Zilveren Penseel 2006. Haar prentenboek Sinterklaas werd in 2008 bekroond met een Gouden Penseel. Aan het boek Nederland, wederom een proeve van hoogstaand vakwerk, heeft zij drie jaar geschilderd. Het formaat van de originele, bij de uitgever aangeleverde prenten wordt niet vermeld en maakt mij toch wel nieuwsgierig.

Nederland is eerst en vooral een fantastisch kijk- en zoekboek voor jonge kinderen. Op elke bladzij kan gezocht worden naar een gele ballon, een reiger, een camperbusje, de tweeling Sietse en Hielke met hun Kameleon, Zwarte Piet, de kleine kapitein met zijn bootje Nooitlek en een tuinkaboutertje. Het boek zit vol met grapjes die kinderen pas bij zorgvuldig bekijken of met wat hulp zullen ontdekken.
Charlotte Dematons, de zee en haar schepen
In de tweede plaats is het een boek voor alle leeftijden: het is een update van de schoolplaten van Isings, een vanuit vogelvluchtperspectief getekend Madurodam. Het is een serie compositorische kunstwerkjes en een kleurrijke landschapsatlas. Het is een encyclopedie van ons cultureel erfgoed, van schilderkunst tot bewegwijzering en dakbedekking. (*****recensie NRC). Al het moois wat Nederland te bieden heeft wordt uitgebeeld: bollenvelden, pretparken, kubuswoningen, dierentuinen, de afsluitdijk, het Limburgse heuvellandschap. Hagelslag & hunebed, duinen & zandkastelen, Bolletje & boerenkool, marsepein & oliebol, spijkerpoepen & Elfstedentocht, Anne Frank & Bevrijdingsdag, het moest er allemaal in. Dematons combineert het heden lustig met het verleden. Zo is te zien dat onze Zeeuwse Michiel de Ruyter met zijn schip de Zeven Provinciën de Engelse vloot verslaat terwijl dezelfde zee wordt bevaren door een modern oorlogsfregat met dezelfde naam, alsook door de kleine kapitein met zijn Nooitlek en door een passagiersschip van de Stena Line. Ook aanwezig op deze prent is het kaperschip van Piet Hein, varend onder de vlag van de West-Indische Compagnie, beladen met een schatkist en appeltjes van Oranje.

In een apart bijgeleverd ‘notitieboekje’ onthult Charlotte Dematons een gedeelte van haar inspiratiebronnen. Naast de oude schoolplaten van J.H. Isings zijn dit beroemde schilderijen van oude meesters, o.a. Anton Mauve, Jozef en Isaac Israëls, Jacob van Ruisdael, Pieter Bruegel en Hendrick Avercamp. De 30 kinderliedjes worden vermeld evenals de vele klassieke en hedendaagse kinderboekfiguren, zoals Kruimeltje, Spekkie en Sproet, Jubelientje, Kikker en zelfs een optocht van Annie M.G. Schmidt-helden.

Charlotte Dematons, Zeeland en de watersnoodramp(en)

Op de dubbele prent over Zeeland is veel te zien. De watersnoodramp van 1953 krijgt volop aandacht: de dijkdoorbraak, land onder water, mensen die op daken van ondergelopen boerderijen op evacuatie wachten. Gelukkig zien we geen drijvend vee maar wel, voor kinderen toch prettiger, de tweeling Sietse en Hielke die, op weg met hun Kameleon, hulp gaan bieden. De kleine kapitein is minder heldhaftig, zelfs onvindbaar, de Nooitlek blijft veilig in de haven. In de buurt van Veere zoekt een gezin in klederdracht een veilig heenkomen op een vliedberg. De Campveerse Toren is nergens (meer) te bekennen, op 'deze plek' is men ijverig met zandzakken in de weer. De Zeelandbrug en de Oosterscheldekering, het antwoord van de Zeeuwen op de watersnood, ontbreken niet.

Bij het al dan niet verwerken van historische gegevens moest Charlotte Dematons vanzelfsprekend keuzes maken. Onderwerpen die lastig te schilderen zijn zet ze veelvuldig in tekst neer op billboards, raamposters, spandoeken of, heel slim gevonden, op vrachtwagens. Zo zien we op de prent van Veere ergens een vermelding van de de Sint-Elisabethsvloed van 1421 terwijl er enkele straten verderop een vrachtauto met Zeeuwse Babbelaars de Kaai oprijdt. Volkssport nummer één, het ringrijden, ontbreekt niet. In de buurt van het bruggetje over de haven halen twee boerinnetjes, op klompen en in klederdracht, twee emmertjes water. Kinderen spelen op het pleintje voor de Neeltje Jans School of rijden mee achterop de fiets door het stadje. Voor de Schotse Huizen loopt een schaap. De wol koopman, gekleed in Schotse kilt, is in gesprek met een Veerse vrouw. Het is een verwijzing naar de beroemde wolhandel met Schotland die Veere welvaart bracht. Aan de andere kant van de Kaai wordt markt gehouden: voor ieder wat wils: patat, vis, kleding en kaas. In Veere is het ook goed Zeeuwse Mosselen eten. De aankondiging van het, niet specifiek Zeeuwse, toneelstuk uit 1900 Op Hoop Van Zegen van Herman Heijermans verwijst naar het vissersverleden van Veere.

Het prentenboek Nederland  staat garant voor uren kijkplezier. Dat Charlotte Dematons, geboren Française, maar sinds haar achttiende Nederlandse, in haar ‘notitieboekje’ Veere een dorpje noemt in plaats van een stad* zal niemand haar kwalijk nemen. Veel beroemde schilders hebben Veere verbeeld. Vanaf nu, dat staat wat mij betreft zo vast als een paal boven water, wordt Charlotte Dematons voor altijd opgenomen in de canon van de schilders van Veere, vanwege haar gouden penseeltje en haar hart voor Veere.

*stadsrechten Veere vanaf 1343

woensdag 5 december 2012

Hart voor Veere - Michiel Paalvast en de collectie Bert Bakker



Het Veerse licht en het Veerse bos spelen een belangrijke rol in de onlangs geopende tentoonstelling Hart voor Veere: Michiel Paalvast en de collectie Bert Bakker. Gastcurator Michiel Paalvast (1976, Reimerswaal), hedendaags schilder in Veere, verantwoordelijk voor het concept en de vormgeving van de tentoonstelling, maakte een bijzondere installatie in het Zeeuws Museum te Middelburg. De wanden van de tentoonstellingsruimte zijn omgetoverd tot een groot abstract weergegeven Veers Bos. Onder en in het bladerdak van deze muurschildering zijn 36 werken uit de collectie Bert Bakker gepresenteerd.
Eerder dit jaar schonk voormalig uitgever Bert Bakker zijn unieke collectie, bestaande uit 92 kunstwerken, aan het Zeeuws Museum. Een genereus gebaar, temeer omdat hij er geen enkele voorwaarde aan verbond. Zijn verzameling geeft een mooi overzicht van de generaties kunstenaars die vanaf eind negentiende eeuw tot 1961, in Veere woonden en werkten. Deze collectie is een mooie aanvulling op de meer avant-gardistische doeken en tekeningen van de zogenaamde Domburgse school die in de bestaande collectie van het Zeeuws Museum aanwezig zijn.
Jan Heyse, Zicht op het Veerse Gat vanaf de Grote Kerk
Componisten, schrijvers en schilders trokken naar Veere. Wat de kunstenaars, ook wel de Veeristen genoemd, gemeenschappelijk hadden is de grote liefde voor het stadje Veere. In al haar facetten is Veere als muze prominent aanwezig. De aantrekkingskracht van het stadje was zelfs zo groot dat begin twintigste eeuw door letterkundige P.H. Ritter jr. werd beweerd dat ‘er maar twee oorden op de wereld zijn, waar de moderne kunstenaar tieren kan, Parijs, de stad van de mondaine vergetelheid, en Veere, de stad waar de moderne mensch in de geluidlooze buitenspheer de stormen kan beluisteren van zijn verborgen gemoedsleven’.* 
De schilderijen, tekeningen en etsen die Bert Bakker verzamelde zijn te zien op de speciale website Schilders van Veere, een kunstschat op zich.
Sáriká Góth, Achtertuintje van huis De Goutsbloeme
Kunstcriticus Frits de Coninck gaf op de openingsmiddag (24-11-2012) een lezing over de betekenis van de locatie in de beeldende kunst, vroeger en nu. In dit kader lichtte hij de betekenis van de collectie van Bert Bakker toe. Het toeval speelde een grote rol bij het ontstaan van deze verzameling. Van zijn tante, kunsthistorica Victorine Hefting, erfde Bert Bakker een huis in Veere, genaamd De Papaver. Toen hij bij een veilinghuis een schilderijtje van Dirk Koets zag met een afbeelding van de Grote Kerk van Veere met op de voorgrond het bewuste huis besloot hij te gaan collectioneren. Langzamerhand en onbedoeld ontstond er een verband in deze verzameling. Waar verzamelen soms lijkt op hamsteren of strandjutten was dit bij Bert Bakker niet het geval; in de beperking toont zich de meester. De periode waarover hij verzamelde liep van eind 19e eeuw tot 1961, na dit jaar veranderde het karakter van het stadje Veere wezenlijk na de afsluiting van het Veerse Gat. Daarnaast beperkte hij zich tot de genius loci oftewel de sfeer van het stadje en het werk van kunstenaars die, woonachtig te Veere, het verhaal van deze stad in beeld brachten. Bekende namen zijn: Jan Heyse, Dirk Koets, Lucie van Dam van Isselt, Dirk van Gelder, de familie Vaarzon Morel, Jan Toorop, Claire Bonebakker, Maurice en Sáriká Góth. Waarom vestigden de schilders zich in Veere? De schoonheid van het stadje, de ligging aan het water, de rust en het speciale licht waren belangrijke factoren. Veere had een vissershaven en een aantal markante gebouwen. De huizen waren relatief goedkoop, de tuinen kleurrijk en lommerrijk, de inwoners gemoedelijk en deels in dracht en de plek was goed bereikbaar. Opvallend is dat de meeste kunstenaars zich van de ontwikkelingen in de kunstgeschiedenis weinig aantrokken, hun werk paste bij de sfeer van eind 19de eeuw. De collectie valt op door hetgeen er juist niet te zien is. Er valt geen auto te bekennen op deze kunstwerken, het is alsof de tijd heeft stilgestaan. Er is een beeld geschapen van de eigenheid, de geest van Veere die los staat van de werkelijkheid. De genius loci met eeuwigheidswaarde, een Zeeuwse idylle waaraan Bert Bakker voor altijd zijn hart verpandde.
Ook Michiel Paalvast vestigde zich in Veere vanwege de unieke schoonheid. Hij ontleent zijn onderwerpen aan zijn directe omgeving. Zijn schilderijen, vooral de landschappen en stillevens, bieden niet alleen een kijkje in zijn wereld en leefomgeving, ze overstijgen deze ook. De eerste die zijn atelier bezocht en werk op papier van hem kocht, was Bert Bakker. Eerder dit jaar exposeerde Michiel in het Marie Tak van Poortvliet Museum in Domburg. Te zien was hoe hij het licht van Veere schetst en schildert op geheel eigen wijze. Het kan de 'lichtval' zijn op bomen aan de weg naar Gapinge of een Veers huis zoals Suster Anna, een achtertuin, een interieur of de haven van Veere. Maar bovenal de tover van het lover in het Veerse Bos, een terugkerend onderwerp vanwege zijn fascinatie voor licht-donkercontrasten. Bomen waaronder, op een zondagmiddag, auto’s geparkeerd staan. Het kan, zoals nu in het Zeeuws Museum, een abstract spel zijn van ritme in vlak en vorm, een spel met lichte vlekken op een donkergroene muur. De bezoeker mag nu door de bomen van dit bos, via 36 venstertjes, naar Veere kijken. Ook kan de museumbezoeker middels een touchscreen kennis maken met (nog) niet tentoongestelde werken uit de collectie Bert Bakker.
De poster voor de tentoonstelling is mooi vormgegeven: een uitsnede ontleend aan de litho Zeeuws meisje voor het stadhuis van Veere van de veelzijdig kunstenaar Franz Melchers. Hij was schilder, glazenier en oprichter van de eerste Veerse glaskunstfabriek, de Manifacture de Vitraux d'Art, waar ramen in art nouveau-stijl werden vervaardigd. Hij woonde in De Goutsbloeme. Het Zeeuws Museum bezit nog 34 glasramen uit deze fabriek.
Wie meer wil lezen over de sfeer in Walcheren en in Veere aan het begin van de twintigste eeuw zou Nescio opnieuw kunnen lezen. In De Uitvreter sjouwen Japi en schilder Bavink in Veere rond: ‘Urenlang zaten ze samen op ’t dak van ’t Hospitaal en keken over Walcheren, over de Kreek en ‘t Veergat en den ingang van de Oosterschelde en de duinen van Schouwen…’ Ook Brieven uit Veere van Nescio is een absolute aanrader. In 1908 schrijft hij aan zijn vrouw: ‘Zoiets als dit heb ik nog nooit beleefd. Die stokoude Indiers moeten Veere bedoeld hebben toen ze den lui ‘t ‘Nirwana’ voorhielden, ’t niet zijnde zijn. Alles is goed en er kan niets dan goeds komen. Eigenlijk wordt hier helemaal niet gedacht. Soms springen mij vanzelf de tranen in de oogen, zoo maar zonder dat ik ergens aan denk, enkel van welbehagelijkheid’.
Een samenhangend en uitgebreid beeld van Veere als stad van kunst en cultuur is te vinden in: Heel de wereld trekt naar Veere – Kunst en cultuur in een Zeeuws stadje (1870-1970). Een schat aan informatie over de meer dan 400 kunstenaars die in deze periode voor kortere of langere tijd in Veere hebben gewoond danwel gewerkt. Er is een apart hoofdstuk gewijd aan de kunstenaarshuizen en schildersateliers, met tips voor een nostalgische wandeling door Veere.
Geboren en getogen in Veere ligt ook mij dit stadje na aan 't hart. Ik bezit een unieke verzameling aan herinneringen maar helaas geen enkel schilderij. Wel sinds enkele weken een litho van Franz Melchers: Zeeuws meisje voor het stadhuis van Veere. Zomaar gekregen van mijn lief, ingelijst met een gouden randje. Uit hart voor Zeeuws Knoopje, zijn meisje uit Veere.

Franz Melchers, Zeeuws meisje voor het stadhuis van Veere, 1897

W.F.A.I. Vaarzon Morel, Tuinen van de huizen aan de Kaai van Veere, eind 19e eeuw

Willem Vaarzon Morel sr., Boerenerf bij Veere, 1917

Jan Eversen, Veere in de sneeuw
Dirk Koets, Paarden, 1929
 *P.H. Ritter jr., Sentimentele Aardrijkskunde. Den Haag 1919, p. 42
Nawoord: Er gebeurt soms, onbedoeld, iets grappigs en opmerkelijks in de tentoonstellingsruimte van het Zeeuws Museum. Sommige bezoekers wanen zich niet in het Veerse Bos maar juist in de buitenspheer, in de weilanden rondom het stadje Veere. Om de bonte en zwart-witte vlakken heen hebben zij eveneens een wonderschoon zicht op het silhouet van Veere...

zondag 25 november 2012

Zeeuwse Boekenprijs 2012 voor Ik ben Maan van Maan Leo


Fasten your seatbelts, een zonnig Zeeuws talent arriveert in pracht en praal en met hoge snelheid op het Zeeuwse erepodium. Met haar debuut Ik ben Maan verraste de import-Zeeuw Maan Leo de jury van de Zeeuwse boekenprijs die een keuze moest maken uit 46 ingezonden boeken. Zaterdag 10 november werd haar inzending bekroond met de Zeeuwse Boekenprijs 2012. 'Dwars, onorthodox en provocerend', zo noemde juryvoorzitter Karla Peijs de roman. 'Met haar on-Nederlandse barokke stijl, grillige maar ook weloverwogen romancompositie en lef schreef zij een van de meest prikkelende romandebuten van de laatste tijd. Een plot is er niet. Het ene hoogtepunt buitelt over het andere, waarbij de lezer wordt meegetrokken of afhaakt'.  

Karla Peijs overhandigt de Zeeuwse Boekenprijs. Copyright foto Lex de Meester
Met buitengewoon veel plezier en bewondering had ik deze originele en opvallende shock novel al eerder gelezen, een bijzondere ervaring. In het Zeeuws Tijdschrift , nr. 7/8 2012, vertelt cabaretière Katinka Polderman dat zelfs zij, na het lezen van Ik ben Maan, even van slag was. In Ik ben Maan doet de vijfentwintigjarige Maan overrompelend verslag van haar quarter life crisis. Het boek is in de ik-vorm geschreven. Dat wil niet zeggen dat het een autobiografische roman is, de schrijfster Maan Leo speelt een geraffineerd spel met werkelijkheid en fantasie en met het stoute, sexy imago dat ze heeft. Dit maakt de ik-verhalen raadselachtig & fascinerend, zeker ook voor Middelburgers zoals Zeeuws Knoopje mede omdat deze stad een rol speelt in de verhalen. De landelijke pers was overwegend lovend: ‘een van de wonderlijkste boeken van de laatste tijd en vaak ook erg geestig’ (***Het Parool) ‘verbluffend, vlegelachtig, wendbaar en vilein’ (****de Volkskrant). De Groene Amsterdammer is eerlijk gezegd minder positief: ‘aanstellerig kleuter-cynisme, gaapverwekkend, ongericht ego-geklep’.
De schrijfster Maan Leo (1986) woont zowel in Utrecht als in Middelburg waar zij werkzaam is aan de Roosevelt Academy als recruitment and communications officer. Hier studeerde zij, net als de Maan in het boek, Arts & Humanities, daarna Women’s and Genderstudies in Utrecht en aan de Universiteit van Hull in Engeland. Zij kan geen inspirerender studie- en werkplek bedenken dan de Roosevelt Academy en in Ik ben Maan speelt de Excellentia Academy dan ook een belangrijke rol. Via Youtube, Twitter en Facebook kan de lezer kennismaken met Maan Leo, daarnaast is het aardig haar website ikbenmaan.com te volgen. Let wel: ook hier is de blogpersona Maan iemand die dicht bij haar staat maar zeker niet met haar samenvalt omdat, volgens haar, de waarheid minder interessant is dan de dingen die zij bedenken kan.
De roman is opgebouwd uit zeventien hoofdstukken waarin Maan telkens een van haar eigenschappen uitlicht. Zij is biseksueel, superslim, bipolair, vaak een bangerik, een vat vol fobieën en een beetje leugenachtig. Ze wil een bestseller schrijven. Ze haat kinderen, ze stottert, valt op oudere mannen en is Wit-Russisch. Ze is fan van David Foster Wallace, is actief in een DFW fanclub en ze is stout (ze houdt van bdsm). Ze werkt als recruiter bij de Excellentia Academy. Niets aan haar is normaal, volgens Maan zijn haar borsten surrealistisch, absurd groot (maat 60K) en is het de kunst om al deze afwijkingen niet als obstakels te zien maar als de wielen van een zegekar, een praalwagen. Maan heeft een quarter life crisis, dus moet ze zich van haar psycholoog binnenstebuiten keren. Omstraald door raadsels geeft zij de lezer een beeld van haar werkelijkheid en de wereld die zich achter het pantser van haar kwetsbaarheid bevindt.

Maan Leo
De stijl is uitbundig, voluptueus, humoristisch en vol zelfspot. Haar taalgebruik is elegant en eloquent, onverbloemd en rijk aan metaforen. In sommige hoofdstukken komt de essayist in haar naar boven. Zelf noemt de schrijfster haar stijl barok, met Rubensvormen: grote volle ronde zinnen. Of dit boek een roman genoemd kan worden vraag ik mij af. Maan Leo maakt binnen het ik-thema kleine blokjes, zegt zij, die telkens op een andere manier in elkaar passen maar niet per sé een lineair verteld geheel vormen. Zij beoogt dat haar taalgebruik op alinea- en zinniveau even prikkelend en spannend is dan het verhaal zelf. Het gaat om Lichtheid, Snelheid, Exactheid, Zichtbaarheid, Veelvuldigheid & Consistentie (Italo Calvino), laat het personage Maan weten, niet om plot, character, theme, structure, style (David Mitchell). Als dit al waar is, je weet bij haar maar nooit, is zij daar zeker in geslaagd. Inhoud en taal zijn als een snoepje, om van te watertanden.  
De pseudo-antieke provinciehoofdstad Middelburg is het achtergronddecor van de verhalen. Na haar studie vestigt Maan zich in dit pittoreske Walcherse stadje. ‘Middelburg heeft net genoeg te bieden om een meisje als mij binnenboord te houden. Een paar niet al te doodse kroegen, een redelijk goede bibliotheek (met het complete oeuvre van DFW in het Engels!), … een shop voor fetish-kleding, een strand op een stief kwartiertje fietsen (Dishoek), een bioscoopcomplex (CineCity) op tien minuutjes treinen (Vlissingen).’ Het is een stad waar ze ’s avonds na elf uur, als zelfs de nachtvlinders in coma liggen, zomaar bij rood licht een druk kruispunt durft over te steken, waar in het historische stadhuis de graduation feestelijkheden plaatsvinden. Een stad waarvoor ze, als recruiter van de Excellentia Academy, in het buitenland studenten moet ronselen: ‘Je lokt ze in de doodlopende steeg van je decolleté. Je zorgt dat ze de Excellentia Academy als een Ultima Thule gaan zien, dat ze er nooit meer weg willen, lichtjaren van je zullen houden. Je vertelt ze niet over de nabijheid van Borssele, over de eeuwige Zeeuwse tegenwind, over de windstille cultuur van het in Doornroosje-slaap verzonken Disney-stadje Middelburg, over de ontbrekende sportfaciliteiten van de EA. Nee, over al die minpunten zwijg je wijselijk, en in plaats daarvan hemel je de voordelen op van een brede bachelorsopleiding en van de intensieve begeleiding die de student krijgt’.
Middelburg, Nacht van de Nacht
Middelburg, in deze parel van Walcheren is het goed wonen: Believe it or not, maar zelfs het brave Middelburg heeft een volbloed achterstandswijk, kracht-, nee prachtwijk. En laat ik nu net in zo’n gezellig volksbuurtje wonen’. Niet ver van dit wijkje ligt het stadspark Molenwater. Toevallig woon ik daar zelf ook dichtbij. De beschrijving van een picknick in dit park is amusant, daarnaast zal de lezer vanaf dit moment, bij het zien van fietsers met nette pakken en stropdas op een zondagse dag, altijd aan wurgseks blijven denken…
Maan Leo, een bijzondere vrouw. Nachtvlinder in Middelburg,’koningin’ van de Nacht van de Nacht waar zij onlangs (27-10) als burgemeester van Middelburg haar rol vervulde. In een simpele bakfiets die omgetoverd was tot mobiel boudoir hield ze de hele avond audiëntie in een waanzinnig gothic Marie Antoinette outfit, omringd door een gevolg van maanmeisjes en muzikanten.
Maan Leo: jonge heldin op de boekenbeurs in Antwerpen, een stralende opkomende ster met een debuut bij een grote uitgeverij (De Wereldbibliotheek). In no time het borstbeeld van de Zeeuwse literaire wereld. Een beetje stout, een beetje sexy. Ik ben Maan is opgedragen aan Peter, haar Grumpy Old Man, met wie ze recentelijk in het huwelijk trad.
Stiekem vraag ik mij nu al af of het aantal aanmeldingen voor de Roosevelt Academy volgend jaar gaat vertienvoudigen, een betere boezemvriendin en ronselaar voor onze Sin City is er niet.

Foto’s uit weblog Maan Leo (met toestemming van Maan Leo)